Apr
27

Vier jaar.

Ik weet eigenlijk wat ik erover zeggen moet, zo vreemd als het voelt. Er zijn alweer vier jaar voorbij zonder mam. Sommige dingen lijken nog als de dag van gisteren…

We hebben dit jaar wel al de reis naar Nieuw-Zeeland gemaakt, een reis die eigenlijk ook wel in het teken stond van Mam, en waar we ook veel aan hebben gedacht tijdens te reis. Gelukkig een erg mooie reis, en ik snap maar al te goed waarom Mam erheen wilde.

Het afgelopen jaar is wel weer een jaar geweest waar in mijn ogen teveel mensen té vroeg gestorven zijn. En iedere keer dat je zoiets hoort, krijg je toch een koude rilling over je lijf.

De meeste mensen hebben het inmiddels wel al gehoord of gelezen (in bijv. de Hallo!): ik ga naar Nieuw-Zeeland! Nadat mijn moeder alweer bijna vier jaar geleden is overleden, heeft mijn vader voorgesteld om nog één keer met z’n vieren (mijn vader, mijn broertjes en ik) naar Nieuw-Zeeland te gaan.

Mijn ouders zijn namelijk vijf jaar geleden ook al naar Nieuw-Zeeland geweest, en daar hebben ze een enorm mooie tijd gehad. Die reis heeft ook in de tijd daarna enorm veel betekenis gekregen, aangezien dat de laatste keer is geweest dat ze écht weg is geweest, en daarna eigenlijk nog alleen maar ziek is geweest. En als we het dan thuis over Nieuw-Zeeland hadden, voelde ze zich toch altijd wat beter.

En na een paar jaar planning (eigenlijk wachten totdat iedereen de tijd ervoor vrij kon maken i.v.m. werk en school), vertrekken we dan 28 januari rond 13:00 met het vliegtuig naar Auckland (24 uur vliegen, en nog een tussenstop van 8 uur in Hong-Kong). Op zaterdag 5 maart (carnavalsweekend) landen we dan weer op Schiphol.

Het is dan ook een reis waar we enorm naar uitkijken. Vorig jaar had ik er nog niet zoveel gevoel bij, maar nu de jaarwisseling is geweest, begint die 28e steeds meer in beeld te komen en begint ook alles echt te kriebelen. Ook de ‘boodschappenlijstjes’ zijn nog redelijk stabiel: we zijn al druk bezig met regelen van dingen, maar we bedenken ook steeds weer nieuwe.

De bedoeling is in ieder geval dat ik in Nieuw-Zeeland ook zal gaan bloggen en gaan twitteren, al zal dat een beetje van de beschikbaarheid van internet daar afhangen. (Maar dat komt hoogstwaarschijnlijk wel goed :).

Apr
27

Twee jaar

Onvoorstelbaar. Twee jaar geleden alweer.

Onvoorstelbaar hoe de datum 27 april ineens altijd die associatie oproept. Waar je ook maar 27 april ziet staan, meteen moet je er weer aan denken.

Onvoorstelbaar hoe levensecht je gedachten blijven. Als een film blijft alles staan in je hoofd, en de afgelopen nachten heb ik die film alweer te vaak gezien.

Onvoorstelbaar hoe je iemand kunt missen. Écht missen, dat iemand er écht niet meer is. Iemand die er áltijd was. Dat is met geen pen te beschrijven.

Onvoorstelbaar hoe lang geleden het is: twee jaar, dat lijkt best lang. Of, eigenlijk is het dat ook. In twee jaar heb ik Dreksbak gemaakt, het ik me helemaal gevormd op m’n werk, zijn we een keer alleen met onze jongens op kamp gegaan…

Onvoorstelbaar hoe het is om geen moeder meer te hebben. Iedereen onder de 40 heeft toch zeker een moeder? En als je het hebt hebt over thuis bij je vader, dan zijn je ouders vast gescheiden…

Onvoorstelbaar hoe kort geleden het is: alles is nog als de dag van gisteren. En twee jaar… dat is toch niks? Nu ben ik 25, toen 23? Da’s toch geen verschil?

Onvoorstelbaar hoe sterk mijn moeder was. Hoe lang ze wel niet heeft gevochten tegen die ziekte, wat ze wel allemaal niet heeft meegemaakt en hoe lang ze het heeft volgehouden. 

Onvoorstelbaar hoeveel pijn het soms doet, en hoe moeilijk het blijft om erover te praten. Niet omdat ik het niet wil, maar omdat het niet kan…

 

Onvoorstelbaar.

Het voelt zo raar, anderhalf jaar later. Op zich heeft alles zo onderhand wel z’n plekje gekregen, het enige wat nog geen plaats heeft is ‘het gat’, en dat ‘gat’ doet nog steeds pijn. Vandaag is de trouwdag van mijn ouders, en dat belooft weer een ‘aparte’ dag te worden. Vroeger vierden we dat feest altijd in ‘besloten kring’ meestal door gewoon ergens uit te gaan eten en ’s avonds ook nog iets simpels en gezelligs te doen.

Het rare is dat je in anderhalf jaar tijd weer een hoop nieuwe mensen hebt leren kennen, en dat die mensen helemaal niet weten wat er gebeurd is. En soms stellen ze dan vragen waar het heel moeilijk is om antwoord te geven.
Zo was ik in de zomer dus ook mee met het gezamelijk kamp van Jong Nederland en, in het zwembad, hadden ik het met een andere leidster over op kamers wonen e.d.. Op een gegeven moment vraagt ze dus of ik ook een eigen kamer heb, of dat ik nog bij mijn vader en moeder woon. Op zo’n moment lijkt het alsof je hart een keer overslaat en blokkeert alles. Ik zei dus maar dat ik bij mijn vader en broertje woon, en terwijl ik het zei wist ik dat ik nu de illusie wekte dat mijn ouders gescheiden zijn, maar dat bedoelde ik dus helemaal niet. Op zich niks ernstigs, maar op een of andere manier voelde ik me toen ineens enorm schuldig en had ook helemaal geen zin meer om te zwemmen ofzo.

Paar dagen later, op datzelfde kamp, weer met een andere leidster aan het babbelen, en ik zei dat ik thuis zelf de was moest doen. Zei zegt, gewoon op een grappige manier: ja, maar daar heb je toch je moeder voor. Mijn hart slaat weer een keer over, en met het zwemmen eerder in mijn achterhoofd zeg ik dus maar eerlijk dat mijn moeder is overleden, op dat zelfde moment zie je haar ineens helemaal wegtrekken van schaamte. Shit. Dat had ik ook weer niet bedoeld.

Op de kermis kwam ik ook nog een oud-colllega tegen, die ik echt al minstens drie jaar niet meer gesproken had, en na een hoop flauwe humor, zegt hij een keer iets van “Dat zei ik vannacht ook tegen je moeder in bed” tegen me. Hartstikke grappig in die context toen, maar toch slaat je hart even een keertje over. Tien minuten later hoort hij ineens van een vriend, die wij allebei kennen, dat mijn moeder dus overleden is, en opeens komt hij dan ook zijn excuses aanbieden, en zegt hij dat hij het absoluut niet verkeerd bedoelde.  Hij voelde zich dus ook behoorlijk lullig en schaamde zich enorm. Dat terwijl ik wist dat hij het ook helemaal niet zo bedoelde….

Dat is ook het dubbele eraan, niemand verwacht het en je krijgt meestal behoorlijk awkward momenten als je het verteld. Dus tegenwoordig probeer ik mijn zinnen maar zó te formuleren, dat het in ieder geval lijkt alsof ik uit een ‘normaal gezin’ kom (als je begrijpt wat ik bedoel), en dat mensen die mijn situatie kennen ook weten hoe het zit. En die momenten heb nog echt meerdere malen per week.

En dat gevoel steeds, alsof je hart een keer overslaat, maar dan op de negatieve manier. Alsof er een schok door je lichaam gaat en je complete verstand even blokkeert. Heel raar. Ook als je reclames voor moederdag op de radio hoort, of reclames voor de kankerstichting of weet ik wat.

Dat vind ik trouwens ook zo hypocriet van mezelf: vroeger kon het me helemaal niks boeien als iemand ‘kanker’ als scheldwoord gebruikte, en gebruikte ik het zelf waarschijnlijk ook, maar tegenwoordig steekt zoiets echt. Zo zaten we vorig jaar op een bungalowpark met iemand in de bungalow die constant “kanker” riep als iets hem niet lukte (en dat was nogal vaak). En als je daar dan wat zei, en ook de mede’bewoners’,  dan reageerde hij daar niet op en 30 seconden later ging het weer.

Maar goed, we zijn alweer anderhalf jaar verder. Apart te merken dat het nog steeds niet helemaal went…

Gradje.

Onwaarschijnlijk hoe snel een jaar voorbij gaat. De eerste dag leek wel dagen te duren, de rest van de week kroop ook voorbij, maar een tijdje pakt het leven zijn tempo weer op en vliegt het voorbij.

Het eerste jaar zonder mam zit erop. Een vakantie zonder mam. Een kerst zonder mam. Een verjaardag zonder mam. Pasen zonder mam… Iedere keer voelt het leeg, alsof je iets “mist” in de materiële zin.

Zoals ik in het begin van dit jaar al schreef, is het wel een jaar geweest wat me enorm ‘gevormd’ heeft, en zeker een diepe indruk op me heeft gemaakt.

Deze week was ook de week van de ‘flashbacks’… Toen ik dinsdag stond te wachten op de sleepdienst was ik al aan terugdenken hoe diezelfde dinsdag een jaar eerder was. Woensdag in het pretpark ook een paar keer aan gedacht. Donderdag op het werk begon het echt moeilijk te worden, en die nacht heb ik ook niet kunnen slapen. Steeds denken dat ik de deurbel hoorde…
Vrijdag was dan ook meteen een erg irreëele dag, en gisteren was ik er ook niet 100% bij.

Wat dat betreft gaat het vandaag dan ook nog relatief goed…
Vanmorgen koffie gedronken bij opa, vanmiddag even ‘rust’ en dan aan het einde van de middag gaan we eten bij Elly & Hans…
Maar ik weet nu al dat ik blij ben als deze dag voorbij is… Deze dag zuigt.

Jan
31

Rare dag

De koningin wordt vandaag 70, maar mam zou vandaag 49 geworden zijn. Erg rare dag dus, aangezien alles weer heel dichtbij komt.

Vanmorgen met z’n allen gegeten bij opa, voor de rest is het weer een verrekte ‘irreële’ dag…

De hele tijd kijk je naar het bed, en stiekem hoop je dat dit een vreselijke grap is. Toch weet je dat dit geen grap is. Sterker nog: je wist dat het eraan zat te komen. Met z’n allen sta je op de kamer, en je denkt aan de laatste herinneringen die je samen had. Dat je de middag ervoor er nog was, en dat mam je een goed weekend wenste. En dat we elkaar nog zouden zien! Nog zouden spreken! Het afscheid duurde ook wel langer dan normaal, maar het was geen definitief afscheid. Toch wel, zo blijkt nu.
Ook vertelt pap zijn pijnlijke verhaal, dat hij het niet heeft meegemaakt. Zo heb je pap nog nooit mee gemaakt, hij die er (naast mam) áltijd voor je was, is ingestort.

Om een of andere reden heb je het nu wel gezien op de kamer. Je wil er nu ook eigenlijk wel weer weg, en het blijkt dat er meer zijn met die wens. Samen sjok je naar buiten, waar een van de aanwezige verpleegsters je uitnodigt naar de koffiekamer. Daar krijg je een kopje koffie dat op dit moment de naam ‘bakkie troost’ (niet) waardig is. De koffie drink je ook meer omdat het moet, in je kop ben je met veel andere dingen bezig.

Vervolgens begint het gesprek: Wat nu? Ja, naar huis, maar dan? Er moeten toch ook dingen geregeld worden? Elly kent iemand die onlangs een uitvaart had begeleid waar mam nog vol lof over had gesproken, ze zal kijken of ze daar contact mee kan krijgen. Wij rijden met onze familie naar huis. Opa, Hans en Elly in de andere wagen.

Thuis ga je op de bank zitten en dan komt het volgende verschrikkelijke: nu moet je mensen gaan bellen en vertellen wat er is gebeurd. Iedere keer als er iemand gebeld is lijkt het alsof iedereen ook meteen weet wat er aan de hand is, maar iedere keer als het hardop gezegd wordt begin je weer te huilen. Terwijl je nog aan het bellen bent komt de eerste familie al langs en het is zóó fijn dat er mensen zijn die je eens goed vast pakken en je vanuit hun hart sterkte wensen.  Na wat twee uur bellen lijkt, zie je dat het pas half negen is. Half negen? Voor mijn gevoel is het al half één. Dan is het tijd geworden dat jij ook mensen moet laten weten wat er is gebeurd, dus je belt in ieder geval je baas. Gelukkig kun je je een beetje inhouden als je het de baas verteld. Nog fijner is het als ook hij je sterkte toewenst en zegt dat je je nu in ieder geval geen zorgen hoeft te maken over het werk.

Dan, even later is het ook tijd dat je je vrienden moet laten weten dat je niet mee meegaat met het weekendje weg. Nu voel je weer echt de pijn en de radeloosheid, en misschien nog wel het ergste: de afstand. Mensen vragen ook nog of ze langs moeten komen, maar gezien het feit dat er zoveel familie is zeg je maar nee.

Daarna loop je weer naar onder, waar de kamer alweer wat voller is, en iedereen je toch op z’n minst een hand wil geven. Ook Elly is alweer terug, en zegt dat ze het nummer van Danny heeft gekregen, de uitvaartonderneemster. Zij komt in de loop van de morgen even langs om de eerste dingen te regelen.
Je drinkt nog een paar koppen koffie en praat nog wat met elkaar. Dan besluit je ook maar een bericht op de site van mam te gaan plaatsen.
Met heel veel pijn zoek je een foto uit die er mooi bij past, en zodra je hem ziet weet je ook dat dát de foto is. Je schrijft een paar regels en laat die ter goedkeuring aan Elly zien. Het bericht plaats je op de site, en meteen ook maar op je eigen site.

Tegen die tijd is ook Danny er al, en je moet de dingen gaan regelen. Als er één ding is waar je nu geen zin in hebt…. Maar goed, het moet, de kaarten moeten de deur uit zodat iedereen op tijd op de hoogte is van de plechtigheden. Jij neemt wel de computertaken op je, en het eerste is het zoeken van een adressenlijst. Die kun je vast wel vinden. Je gaat naar mam’s ‘Mijn Documenten’, en op zoek naar het map je ‘kerst’ valt je oog ineens op een map ‘afscheid’. Terwijl je je hart heel hard voelt kloppen dubbelklik je op de map. Een hoop muziek en een excelsheet genaamd adressen. Slik.

Terwijl je zo overal mee bezig bent, blijven er mensen langskomen die nog allemaal zwaar onder de indruk zijn terwijl je zelf op het moment het gevoel te hebben er nu voor even wel genoeg van te hebben. Je krijgt zelfs medelijden met de mensen. Ook begin je steeds vermoeider te worden van deze dag, die lijkt dubbel zo lang te duren. Je bent blij als alle enveloppen op tijd bij de post zijn afgegeven, en je weer naar huis kunt en niks hoeft te doen.

Gelukkig is het ook lekker weer, waardoor je de rest van de middag en avond met familie en kennissen buiten kunt praten. Zelfs nog lachen over herinneringen. en zelfs de dagelijkse dingen. Toch is het soms ook érg moeilijk, zo erg dat je een paar keer met je mp3-speler op bed gaat liggen om daar in alle hevigheid los te barsten. Kwaad te worden en je af te vragen ‘Waarom?’. Ook denk je af en toe nog even hoe je nu lekker op een bungalowpark had kunnen zitten. Zonder zorgen. Zonder pijn.

Uiteindelijk wordt je steeds slaperiger, en uiteindelijk besluit je maar een einde te maken aan de meest verschrikkelijke dag van je leven. Onlangs hadden een nichtje en een goede vriendin ook al een ouder verloren, maar je had nóóít verwacht dat het zó zwaar zou zijn. Een dag die je niemand gunt. Een dag waardoor je je als een kind van 5 wilt voelen en je ongegeneerd wilt huilen, maar een dag die ervoor heeft gezorgd dat je je 10 jaar ouder voelt. Nu maar hopen dat dit een droom is. Je weet dat het geen droom is, maar je hoopt het toch. Nog lang denken en malen val je toch in slaap…

Je droomt? De deurbel blijft maar gaan, maar je slaapt nog. Dingdongdingdongdingdong. Je kijkt op de wekker. 5:32. Hè? Dingdongdingdong. Het is toch echt de deurbel. Dit is geen droom? Je sjokt naar onderen en ziet drie schimmen achter de deur staan. Je weet al genoeg. Zodra je de deur open hebt wordt datgene wat je toch verwachtte nog eens gezegd, en je barst in huilen uit. Terwijl je broers van de trap af komen gestommeld om te kijken waar het rumoer van af komt zak je in elkaar op de bank in de kamer. Maar je wil er nu toch wel heen, niet alleen naar mam, maar nog meer naar pap. Zodra je weer een beetje bij zinnen bent sjok je naar boven, trekt iets van kleding aan, mikt iets van gel in je haar en loopt weer naar onderen. De rest is ook al klaar, dus we kunnen. Met twee wagens rijden we naar het ziekenhuis. Jij rijdt in je eigen wagen, en het voelt bijna aan als je eerste achtbaanrit: totaal irreëel. Bij de opkomende zon, op een totaal verlaten snelweg ga je nadenken over de consequenties. En over het weekendje weg dat je had gepland voor vandaag.

Dan loop je het ziekenhuis in, als een filmachtige droom hoor je de tonen van Nelly Furtado door de grote hal heen galmen. Normaal kom je er alleen tijdens spreekuren en dan is het een drukste van jewelste. Nu is er alleen de portier, en kun je zo door lopen naar de lift. De lift uit gekomen weet je al zo waar je naar toe moet, en terwijl je naar binnen loopt stort je in.

Een half jaar geleden.

(wordt vervolgd)

Jun
27

Mjah, het is hier stil. Eens kijken of we daar nog verandering in aan kunnen brengen….

Hier is alles nog stééds vaag. Ik had gedacht/gehoopt dat het allemaal wel minder zou worden, maar nu, na twee maanden, is het gevoel nog even vervelend. Ik heb nooit echt beseft wat rouwen is, en rationalistisch als ik normaal ben had ik ook wel gedacht dat alles weer snel ‘voorbij’ zou zijn, en alles weer bij het oude zou zijn. Maar dat is dus écht niet zo, ik begin juist steeds meer het gevoel te krijgen dat het nóóít meer het oude zijn… Is het eerste dan optimistisch of het tweede pessimistisch? Ik hoop het tweede maar denk het eerste…

Ik denk dat de meeste mensen mij wel kennen als een vrolijke jongen… Althans zo zie ik mezelf. Maar op het moment is het moeilijk om vrolijk te zijn, en ik merk nu wel vaker dat ik maar vrolijk doe, zodat mensen maar niks denken, terwijl ik zelf veel liever even op mijn kamer zou willen gaan zitten, weg van de wereld.
Ook op het internet zit ik nu steeds minder, MSN en IRC staan voortaan standaard uit, i.p.v. standaard aan, en waar ik vroeger avonden lang over het internet kon zwerven ben ik dat nu ook wel kwijt…
Wat dat betreft ben ik ook wel benieuwd hoe kamp volgende week, en CampZone over twee weken dan uit zal pakken…

Het blijft in ieder geval fijn dat er (nog steeds) familie, vrienden, collega’s en zelfs ouders van kinderen van Jong Nederland tijd hebben om een praatje met je te maken en even geméénd vragen hoe het gaat.

Maar er is ook goed nieuws :) Gisteravond samen met Ely, Joepie en aanhang naar “Me First & The Gimme Gimmes” geweest. Een band die allemaal “Radio 2 Nummers” (The Boxer, Blowin’ in the Wind, All My Lovin , enz.) in een punkjasje ten gehore brengen. Daar komt dan nog bij dat de band bestaat uit allemaal corifeeën uit de punk-wereld, dus dat maakte het allemaal erg goed en gezellig.

Een greep uit de foto’s:
(het zijn er vrij weinig, we stonden vrij ver van het podium af, en dat maakt het nóg moeilijker scherpe foto’s te maken)

Me First & The Gimme Gimmes (Melkweg, Juni 2007) 028 Me First & The Gimme Gimmes (Melkweg, Juni 2007) 043
Me First & The Gimme Gimmes (Melkweg, Juni 2007) 042 Me First & The Gimme Gimmes (Melkweg, Juni 2007) 018

(de rest staat op Flickr)

Jun
9

Zomaar…

Nou, laat ik toch maar even weer eens iets posten hier, aangezien het hier nu toch wel stil is:

Ik zou willen dat ik kon zeggen dat het goed met me gaat. Nog steeds is alles onwerkelijk, terwijl de waarheid steeds harder wordt: de papierstroom wordt steeds groter en daarmee ook al het geregel. Ook durf ik van ’slapen’ nog niet echt te spreken.
Alles gaat ook met ups en downs (momenteel beetje down) en dat maakt sommige dingen ook erg vermoeiend…

Gelukkig heb ik op werk genoeg afleiding, en ze hebben me zelfs al een vast contract (voor onbepaalde duur) aangeboden. Dus daar gaat het wel goed.

Een dikke week terug heb ik trouwens ook de site van mam een beetje aangepast: www.waterpletske.nl, zodat het (in ieder geval in mijn ogen) een soort virtuele grafsteen en gedachteplaats is.

En gisteren toch maar een dagje naar Walibi geweest, even lekker achtbanen enzo. Al was het met 32 graden ofzo eigenlijk té warm om echt lekker uit te waaien. Maar goed, ik gok dat we dat nog wel een keer over gaan doen, ben pas twee keer geweest dit jaar…

De komende weken zien er (helaas) druk uit, maar met het kamp van Jong Nederland en CampZone in het vizier houden we moed en gaan we door… :)

Ooievaar (da’s Frans).