De hele tijd kijk je naar het bed, en stiekem hoop je dat dit een vreselijke grap is. Toch weet je dat dit geen grap is. Sterker nog: je wist dat het eraan zat te komen. Met z’n allen sta je op de kamer, en je denkt aan de laatste herinneringen die je samen had. Dat je de middag ervoor er nog was, en dat mam je een goed weekend wenste. En dat we elkaar nog zouden zien! Nog zouden spreken! Het afscheid duurde ook wel langer dan normaal, maar het was geen definitief afscheid. Toch wel, zo blijkt nu.
Ook vertelt pap zijn pijnlijke verhaal, dat hij het niet heeft meegemaakt. Zo heb je pap nog nooit mee gemaakt, hij die er (naast mam) áltijd voor je was, is ingestort.
Om een of andere reden heb je het nu wel gezien op de kamer. Je wil er nu ook eigenlijk wel weer weg, en het blijkt dat er meer zijn met die wens. Samen sjok je naar buiten, waar een van de aanwezige verpleegsters je uitnodigt naar de koffiekamer. Daar krijg je een kopje koffie dat op dit moment de naam ‘bakkie troost’ (niet) waardig is. De koffie drink je ook meer omdat het moet, in je kop ben je met veel andere dingen bezig.
Vervolgens begint het gesprek: Wat nu? Ja, naar huis, maar dan? Er moeten toch ook dingen geregeld worden? Elly kent iemand die onlangs een uitvaart had begeleid waar mam nog vol lof over had gesproken, ze zal kijken of ze daar contact mee kan krijgen. Wij rijden met onze familie naar huis. Opa, Hans en Elly in de andere wagen.
Thuis ga je op de bank zitten en dan komt het volgende verschrikkelijke: nu moet je mensen gaan bellen en vertellen wat er is gebeurd. Iedere keer als er iemand gebeld is lijkt het alsof iedereen ook meteen weet wat er aan de hand is, maar iedere keer als het hardop gezegd wordt begin je weer te huilen. Terwijl je nog aan het bellen bent komt de eerste familie al langs en het is zóó fijn dat er mensen zijn die je eens goed vast pakken en je vanuit hun hart sterkte wensen. Na wat twee uur bellen lijkt, zie je dat het pas half negen is. Half negen? Voor mijn gevoel is het al half één. Dan is het tijd geworden dat jij ook mensen moet laten weten wat er is gebeurd, dus je belt in ieder geval je baas. Gelukkig kun je je een beetje inhouden als je het de baas verteld. Nog fijner is het als ook hij je sterkte toewenst en zegt dat je je nu in ieder geval geen zorgen hoeft te maken over het werk.
Dan, even later is het ook tijd dat je je vrienden moet laten weten dat je niet mee meegaat met het weekendje weg. Nu voel je weer echt de pijn en de radeloosheid, en misschien nog wel het ergste: de afstand. Mensen vragen ook nog of ze langs moeten komen, maar gezien het feit dat er zoveel familie is zeg je maar nee.
Daarna loop je weer naar onder, waar de kamer alweer wat voller is, en iedereen je toch op z’n minst een hand wil geven. Ook Elly is alweer terug, en zegt dat ze het nummer van Danny heeft gekregen, de uitvaartonderneemster. Zij komt in de loop van de morgen even langs om de eerste dingen te regelen.
Je drinkt nog een paar koppen koffie en praat nog wat met elkaar. Dan besluit je ook maar een bericht op de site van mam te gaan plaatsen.
Met heel veel pijn zoek je een foto uit die er mooi bij past, en zodra je hem ziet weet je ook dat dát de foto is. Je schrijft een paar regels en laat die ter goedkeuring aan Elly zien. Het bericht plaats je op de site, en meteen ook maar op je eigen site.
Tegen die tijd is ook Danny er al, en je moet de dingen gaan regelen. Als er één ding is waar je nu geen zin in hebt…. Maar goed, het moet, de kaarten moeten de deur uit zodat iedereen op tijd op de hoogte is van de plechtigheden. Jij neemt wel de computertaken op je, en het eerste is het zoeken van een adressenlijst. Die kun je vast wel vinden. Je gaat naar mam’s ‘Mijn Documenten’, en op zoek naar het map je ‘kerst’ valt je oog ineens op een map ‘afscheid’. Terwijl je je hart heel hard voelt kloppen dubbelklik je op de map. Een hoop muziek en een excelsheet genaamd adressen. Slik.
Terwijl je zo overal mee bezig bent, blijven er mensen langskomen die nog allemaal zwaar onder de indruk zijn terwijl je zelf op het moment het gevoel te hebben er nu voor even wel genoeg van te hebben. Je krijgt zelfs medelijden met de mensen. Ook begin je steeds vermoeider te worden van deze dag, die lijkt dubbel zo lang te duren. Je bent blij als alle enveloppen op tijd bij de post zijn afgegeven, en je weer naar huis kunt en niks hoeft te doen.
Gelukkig is het ook lekker weer, waardoor je de rest van de middag en avond met familie en kennissen buiten kunt praten. Zelfs nog lachen over herinneringen. en zelfs de dagelijkse dingen. Toch is het soms ook érg moeilijk, zo erg dat je een paar keer met je mp3-speler op bed gaat liggen om daar in alle hevigheid los te barsten. Kwaad te worden en je af te vragen ‘Waarom?’. Ook denk je af en toe nog even hoe je nu lekker op een bungalowpark had kunnen zitten. Zonder zorgen. Zonder pijn.
Uiteindelijk wordt je steeds slaperiger, en uiteindelijk besluit je maar een einde te maken aan de meest verschrikkelijke dag van je leven. Onlangs hadden een nichtje en een goede vriendin ook al een ouder verloren, maar je had nóóít verwacht dat het zó zwaar zou zijn. Een dag die je niemand gunt. Een dag waardoor je je als een kind van 5 wilt voelen en je ongegeneerd wilt huilen, maar een dag die ervoor heeft gezorgd dat je je 10 jaar ouder voelt. Nu maar hopen dat dit een droom is. Je weet dat het geen droom is, maar je hoopt het toch. Nog lang denken en malen val je toch in slaap…